Achtergrondinfo

Wat gaan we eigenlijk doen? We zullen het Miserere van Allegri zingen. Hieronder wat informatie erover.

Jaap Toorenaar
In 1629 componeerde Allegri, dirigent van de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan, een negenstemmig Miserere, bestemd om te worden uitgevoerd in de week voor Pasen. Besloten werd om dit prachtige koorstuk uitsluitend in de Sixtijnse Kapel te laten uitvoeren, en dat slechts één keer in het jaar. Mede hierom werd het beroemd. Pas in 1770, toen de 14-jarige Wolfgang Amadeus Mozart met papa in Rome was en dit hoorde, werd het beroemde werk ook buiten de Sixtijnse Kapel in notenbeeld bekend, want het knaapje schreef het thuisgekomen uit zijn geheugen even op... *

Het koorstuk, dat niet langer dan een kleine 13 minuten duurt, is een verklanking van psalm 51. Het heeft drie klankgroepen: een groot vierstemmig koor, een groepje mannen dat Gregoriaanse strofen zingt en een klein koor, dat tot de hoge c moet stijgen. Een ideaal werk om in een ruimte met meerdere plateau’s uit te voeren. Het Stedelijk Gymnasium heeft zo’n ruimte: de fraaie ronde hal met de centraal oplopende trap die naar links en naar rechts afbuigt. Zolang ik werk aan deze school - en dat is sinds 1985 - heb ik ervan gedroomd dat dit koorstuk hier ooit zou worden uitgevoerd. Toen ik Mijke de Ru, als AMV-docente en als lid van het managementteam werkzaam aan de Muziekschool in Leiden, koordirigente en ouder van een ex-leerlinge, bereid vond om dit te gaan instuderen, heb ik in ons blaadje voor ouders een oproep gedaan om mee te zingen. De respons was enorm: een kleine tachtig mensen meldden zich aan en repeteerden wekelijks om dit in december 2005 te gaan uitvoeren! En nu zal het weer weerklinken in april 2007. Het unieke is, dat zowel ouders, personeelsleden als (ex)leerlingen meedoen. Voor velen een eerste ervaring als koorlid - en dat meteen in een negenstemmige a capella compositie - werkelijk niet gering.

Jaap Toorenaar

(Tekst is aangepast door webmaster.)

* Mozart was niet de eerste die de muziek buiten de Sixtijnse Kapel bracht, zo bleek uit Mijke’s informatie. Charles Burney heeft in 1770 het Miserere genoteerd (hij was toen in Rome). Hij gaf het in 1771 uit. Mozart noteerde het in 1771. Zie het stuk hieronder.



Vrij naar commentaar uit het boek European Sacred Music - Oxford Choral Classics (Oxford Univ.Press, 1996). Editor: John Rutter. Co–ed.: Clifford Bartlett.
Gregorio Allegri was zanger, componist en priester. Hij woonde en werkte zijn hele leven in Rome. Van 1629 tot aan zijn dood was hij zanger bij het pauselijke koor. Voor dit koor schreef hij het Miserere, het enige werk waarop zijn huidige roem berust. De tekst (psalm 51) werd gewoonlijk toegevoegd aan de gecombineerde mis van Mette en Laude tijdens de laatste drie dagen van de Stille of Goede Week. Tijdens deze drie dagen werd de dienst Tenebrae genoemd, Latijn voor duisternis. In de pauselijke kapel en elders werd het gevierd op de avonden die eraan voorafgingen, rond het uur dat de duisternis inviel (dus op woensdag, donderdag en Goede Vrijdag). Terwijl het Miserere gezongen werd, werden de kaarsen in de kapel langzaam één voor één gedoofd, tot er aan het einde van het stuk nog maar één over was, verstopt achter het altaar. Vanaf ongeveer 1666 werd Allegri’s zetting van psalm 51 jaarlijks gezongen door het pauselijke koor. Alleen dit koor mocht het uitvoeren. Het was verboden de muziek (d.w.z. een kopie van het manuscript) de kapel uit te brengen op straffe van excommunicatie. De Engelse muziekhistoricus Charles Burney wist een kopie te bemachtigen toen hij Rome in 1770 bezocht. [In een andere bron staat dat hij het zelf genoteerd heeft – red.] Hij publiceerde het in 1771, tegelijk met vier andere stukken die het pauselijke koor in de Goede Week uitvoerde. Al snel verschenen er ook andere edities, die echter niet de versieringen en speciale expressieve nuances bevatten, die de zangers van het pauselijke koor toevoegden in overeenstemming met wat werd beschouwd als een geheime orale traditie. Bezoekers stroomden naar Rome toe om iedere Witte Week het Miserere te horen. De bezoekersaantallen bereikten een piek in de jaren tussen het einde van de Napoleontische Oorlogen (in 1815) en 1870, toen het pauselijke koor in feite werd ontbonden. Spohr en Mendelssohn gingen luisteren in resp. 1817 en 1831 en lieten uitgebreide verslagen met muziekvoorbeelden na van wat ze hadden gehoord.

Tegenwoordig kent het Miserere van Allegri een golf van hernieuwde populariteit. Het moeilijke voor editors van nieuwe edities is dat de vorm waarin het werk nu zo wijd en zijd bekend is, gedurende de eeuwen is gewijzigd en dat er dingen zijn toegevoegd. Dankzij de overlevering van een paar manuscripten uit het Vaticaan, afkomstig uit de tijd van Allegri (codices 205–6), is het mogelijk om het Miserere te herstellen naar iets dat op het origineel lijkt (zij het zonder de vocale versieringen die waarschijnlijk altijd wel een integraal deel zijn geweest van de uitvoeringen ervan) maar de gewijzigde "patchwork"–versie heeft het origineel zó sterk verdrongen, dat het een klassieker op zich is geworden. [En het is dan ook de patchworkversie die wij uitvoeren – red.]

De elementen van het moderne patchwork werden verzameld door Sir Ivor Atkins in zijn editie van 1951, die Allegri’s muziek bewerkte zodat het paste bij de Engelse vertaling van het Book of Common Prayer [gebedenboek van de liturgie van de Anglicaanse kerk – red.] uit 1662. Atkins nam de muziek van de vijfstemmige verzen en het afsluitende negenstemmige halve vers van Burney. Voor het vierstemmige deel gebruikte hij de "bronnen" Mendelssohn, een muziekvoorbeeld uit de Grove’s Dictionary of Music and Musicians (artikel van Rockstro) en een Italiaanse editie van Alfieri. Het vierstemmige stuk is binnen het patchwork dus ook weer een patchwork.

Atkins wees de vijfstemmige secties toe aan een volledig koor, de Gregoriaanse stukken aan tenoren en bassen en de vierstemmige verzen aan solisten. In feite werden alle verzen gezongen door solisten. Het Miserere moet a capella gezongen worden: er was ook nooit begeleiding in de pauselijke kapel.



Wikipedia. Geraadpleegd: zondag 4 februari om 19:45
Gregorio Allegri (1582 - 17 februari 1652) was een Romein, priester en componist van kerkmuziek uit de barok. Hij componeerde o.a. magnificats en motetten, zowel als andere kerkmuziek. Zijn meest bekende werk is het Miserere (Psalm 51), dat hij in 1638 componeerde. Het stuk is geschreven voor twee koren, het ene vier- en het andere vijfstemmig. Dit stuk wordt nog jaarlijks op Goede Vrijdag in de Sixtijnse Kapel uitgevoerd. Paus Urbanus VIII was er zo op gesteld, dat hij bepaalde dat het werk niet buiten het Vaticaan mocht worden uitgevoerd, op straffe van excommunicatie. Toch werden er afschriften gemaakt. Zo kon Wolfgang Amadeus Mozart op zijn 14e jaar dit stuk kopiëren door het op één auditie uit het hoofd te leren.

Dit Miserere is voor een kort stukje te horen in de film "Chariots of Fire", de overige muziek van deze film is voornamelijk geschreven door Vangelis.

Allegri was leerling van de gebroeders G.B. en G.M. Nanino te Rome en hij schreef in de stijl van zijn leraren en hun voorganger, Giovanni Pierluigi da Palestrina.

Volgens sommige bronnen zou Allegri een castraat zijn geweest en zou zijn "Miserere" voornamelijk voor castraten geschreven zijn. Maar hij werd aangewend als tenor, dus kon hij geen castraat zijn. Op afbeeldingen staat hij meestal ook met een baard, en indien hij castraat was geweest, zou hij nooit een baard hebben kunnen krijgen.



Jaap Toorenaar over het verhaal achter de psalm
Koning David
De oorsprong van de tekst van het "Miserere" ligt in het Oude Testament in de Bijbel, en wel in II Samuël 11,1 - 12,25. Als herdersjongen had David met zijn slinger het volk van Israël verlost van de terreur door de reus Goliath. Omdat hij muzikaal was, wist hij verlichting te bieden aan koning Saul, die last had van buien van neerslachtigheid. Later volgt David deze op als koning. Op een avond ziet hij vanaf het dak van zijn paleis een mooie vrouw een bad nemen. Deze vrouw heet Batseba en was gehuwd met de soldaat Uria. David laat de vrouw komen naar zijn paleis en begint een relatie met haar. Batseba wordt zwanger. Dan geeft David opdracht aan de legercommandant om haar wettige man in de voorste gelederen op te stellen met de bedoeling dat deze gedood wordt. Extra gemeen is, dat hij de opdracht hiertoe in een verzegeld schrijven meegeeft aan Uria zelf! En inderdaad sneuvelt Uria. Daarop trouwt David met Batseba. Nu verschijnt de profeet Natan en zegt David, dat God zijn immorele gedrag afkeurt. Het zoontje van David en Batseba wordt ziek en sterft ondanks het berouw van David. In die tijd schrijft David de boetepsalm 51. De Latijnse vertaling hiervan vormt de tekst van het Miserere.
Laatst bijgewerkt:
dinsdag 17 april 2007
20:27
Op zoek naar achtergrondmuziek?

Zoekt u een ensemble voor speciale gelegenheden, zoals een receptie, bruiloftsfeest of kerkelijke inzegening, of wilt u live muziek voor tijdens een uitvaart inhuren? Zoekt u een ensemble dat bestaat uit cello en (blok)fluit? Of wilt u een strijkkwartet? Of liever een strijktrio (viool, alt, cello óf 2 violen, alt cello)? Mailt u mij dan via het contactformulier.